Waarom staan er zoveel afkortingen in?
Een P2000-bericht moet kort zijn: het wordt uitgezonden over een smal alarmeringsnetwerk en past in een handvol tekens. Meldkamers gebruiken daarom vaste afkortingen. Ze zijn niet landelijk voorgeschreven, dus per regio verschilt er wel eens iets.
Urgentie
Vooraan in bijna elke melding staat hoe hard het moet. Elke dienst heeft daarvoor een eigen schaal, dus dezelfde haast heet bij de ambulance anders dan bij de brandweer.
- A1
- Ambulance met spoed: mogelijk levensbedreigend, met optische en geluidssignalen.
- A2
- Ambulance zonder directe levensbedreiging, maar wel snel ter plaatse.
- B
- Besteld vervoer: gepland, geen spoed.
- PRIO 1
- Brandweer of politie met spoed, met optische en geluidssignalen.
- PRIO 2
- Wel snel, maar zonder spoedsignalen.
Soort melding
Daarna volgt waar het over gaat. Deze afkortingen zeggen wat de meldkamer heeft aangenomen — niet wat de eenheden ter plaatse aantreffen.
- OMS
- Openbaar Meldsysteem: een automatische brandmelding vanuit een gebouw, rechtstreeks naar de meldkamer. Vaak loos alarm.
- BR
- Brand.
- HV
- Hulpverlening: alles wat geen brand is — beknelling, storm, water.
- ASS
- Assistentie: een eenheid vraagt hulp van een andere dienst.
- IBGS
- Incidentbestrijding Gevaarlijke Stoffen.
- GRIP
- Opschaling bij een groot incident, van GRIP 1 (plaats incident) tot GRIP 5 (meerdere regio’s).
Eenheden
Tot slot staat erin wie erop af gaat. Meestal als soort voertuig en niet als naam: TS is elke tankautospuit, uit welke kazerne hij ook komt.
- AMBU
- Ambulance.
- TS
- Tankautospuit: het standaard brandweervoertuig.
- RV
- Redvoertuig: ladderwagen of hoogwerker.
- HW
- Hulpverleningsvoertuig, voor technische hulpverlening.
- WO
- Waterongevallen: duikteam.
- MMT
- Mobiel Medisch Team: arts en verpleegkundige, meestal per traumahelikopter.
- Lifeliner
- De traumahelikopter zelf. Nederland heeft er vier.
- OvD
- Officier van Dienst: leidinggevende ter plaatse.
- CvD
- Commandant van Dienst: een niveau daarboven, bij grotere incidenten.